Nienke Vrisekoop

Nienke Vrisekoop is universitair hoofddocent bij de afdeling Hart & Longen van het UMC Utrecht en is verbonden aan het Centrum voor Translationele Immunologie. In haar onderzoek combineert ze geavanceerde beeldvorming en flowcytometrie om complexe biologische deeltjes en cellen kwantitatief te karakteriseren. Ze ontwikkelt innovatieve microscopie-, beeldanalyse- en cytometrische benaderingen en past deze toe om dynamische biologische systemen te bestuderen. Verder geeft ze leiding aan de CTI Imaging Core Facility.

Binnen het ExpACT-consortium is zij werkpakketleider voor innovatieve analytische technieken voor de karakterisering en analyse van deeltjes. Haar bijdrage richt zich op het uitbreiden van kwantitatieve technieken voor de analyse van afzonderlijke deeltjes naar pollen. Ook wil ze nieuwe methoden ontwikkelen om pollensoorten onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden te karakteriseren en te onderscheiden. Deze methoden zullen vervolgens worden geïmplementeerd met behulp van een draagbare flowcytometer, om veldmonitoring van pollenpopulaties in living labs mogelijk te maken.

"Ik wil realtime monitoring van pollen mogelijk maken door laboratoriumanalyses in het veld uit te voeren"

Luchtverontreiniging is één van de grootste ziekteveroorzakers in Nederland

Luchtverontreiniging is één van de grootste ziekteveroorzakers in Nederland

Wereldwijd is vervuiling – thuis of op het werk – verantwoordelijk voor 16% van alle sterfgevallen, waarbij luchtvervuiling 80% van deze last voor zijn rekening neemt.

Lees meer

Universiteit Utrecht

UMC Utrecht

Radboud Universiteit

Universiteit Leiden

RIVM

TU Delft

Waag Futurelab

TNO

Haagse Hogeschool

TI-coast

Gemeente Nijmegen

Provincie Noord-Holland

Arbo Unie

Gemeente Utrecht

Provincie Utrecht

KNMI

NKAL

Aireas

Cosine

Cosine

Cosine

Cosine

Cosine

Cosine

Cosine

NWO
ExpACT: Exposome ACTion perspectives is onderdeel van het onderzoeksprogramma Onderzoek op Routes door Consortia (ORC) van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) dat (mede) is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) onder grant doi.org/10.61686/ADBJN76495