Astrid Manders

Astrid Manders is senior onderzoeker luchtkwaliteit bij TNO. Ze heeft meer dan vijftien jaar gewerkt aan de ontwikkeling van het regionale luchtkwaliteitsmodel LOTOS-EUROS en heeft dit model toegepast in wetenschappelijke en beleidsondersteunende studies. Haar expertise ligt op het gebied van het modelleren van diverse fysische processen in de atmosfeer. Daarbij koppelt ze gemodelleerde concentraties aan emissies en waargenomen concentraties, met een focus op (ultrafijn) fijnstof. Ze heeft ook ervaring met AI-toepassingen op het gebied van luchtkwaliteit.

Astrid leidt een werkpakket in Pillar I over (AI-aangedreven) methoden voor multimodale beoordeling van luchtverontreiniging en de bronnen die daaraan bijdragen. Het doel van het werkpakket is om projectpartners en belanghebbenden beter te informeren over sectoren en regio's die bijdragen aan luchtverontreiniging. Door een AI-versie van het LOTOS-EUROS-model te maken, komen er meer gedetailleerde en bijna realtime gegevens beschikbaar. Een ander aspect van het werk is de relatie tussen modelresultaten en diverse ExpACT-metingen en meetstrategieën.

"Ik hoop dat we de voor de gezondheid relevante stoffen beter kunnen identificeren en kwantificeren om effectief luchtkwaliteitsbeleid te ondersteunen"

Innovatieve meetmethoden en dialoog

Innovatieve meetmethoden en dialoog

Om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren - nu en in de toekomst - combineren we het ontwikkelen van nieuwe meetmethoden met een open dialoog tussen verschillende belanghebbenden.

Lees meer

Universiteit Utrecht

UMC Utrecht

Radboud Universiteit

Universiteit Leiden

RIVM

TU Delft

Waag Futurelab

TNO

Haagse Hogeschool

TI-coast

Gemeente Nijmegen

Provincie Noord-Holland

Arbo Unie

Gemeente Utrecht

Provincie Utrecht

KNMI

NKAL

Aireas

Cosine

Cosine

Cosine

Cosine

Cosine

Cosine

Cosine

NWO
ExpACT: Exposome ACTion perspectives is onderdeel van het onderzoeksprogramma Onderzoek op Routes door Consortia (ORC) van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) dat (mede) is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) onder grant doi.org/10.61686/ADBJN76495